Hét platform voor en over Amsterdam Zuid!

Ronald de Boer

 

Op zijn 17de maakte Ronald de Boer onder leiding van Johan Cruijff zijn debuut bij Ajax. Sindsdien is Ronald de Boer uitgegroeid tot een echte cultheld in de voetbalwereld. In 2008 heeft hij op 37-jarige leeftijd afscheid genomen van zijn carrière als profvoetballer. De Boer heeft daarmee zeker geen afscheid genomen van de voetbalwereld. Hij verschijnt regelmatig op tv als voetbalanalist en hij stoomt de broekies van Jong Ajax klaar voor het echte werk.

 

We spraken met hem bij Café Kiebêrt aan de Marathonweg. Onder het genot van een havermelk cappuccino praten we over zijn carrière als profvoetballer, jeugdtrainer, Zuid en over zijn passie voor padel.

 

Je wilde graag bij de Marathonweg afspreken. Waarom hier?

“Ik heb hier in de Marathonweg, vooral bij Bar en Bistro heel veel leuke uurtjes beleefd. Waar we nu zitten, Café Kiebêrt is natuurlijk ook een leuke plek, maar Bar Bistro was twee minuten fietsen vanaf mijn huis. Ze hebben daar heel leuk personeel, goed eten en van binnen is het heel gezellig. Dus ja, ik kwam er graag!“

 

Want je woont nu niet meer in Zuid?

“Ik ben nu verhuisd van Zuid naar Warder omdat we meer ruimte wilden hebben. Met zes kinderen, waarvan drie kleintjes merk je toch dat op driehoog wonen niet altijd heel handig is. Je kunt ze niet zomaar de deur uitsturen om te spelen, want dat is te gevaarlijk. Hier gooi je de deur open en dan kunnen ze lekker in de tuin spelen. Dat is een groot voordeel. Maar ik mis Amsterdam wel hoor, vooral Zuid. Dat spontane van ‘kom even een koffie of een wijntje doen’ is nu wel iets minder. Beide plekken hebben zo zijn voor- en nadelen, ik zeg altijd maar zo: je hebt ‘the good and the bad.’ Gelukkig ben ik nog zo’n vier à vijf keer in de week in Amsterdam voor mijn werk bij onder andere Ajax, om mijn vrienden te zien en mijn schoonouders in de Cornelis Schuytstraat te bezoeken. Het is maar 25 minuten rijden, dus eigenlijk ben ik maar two phonecalls away.”

 

Jij was 17 toen je je debuut maakte bij Ajax en nu help je jongens van die leeftijd. Hoe is dat?

“Het is heel leuk om te werken met jonge getalenteerde voetballers en om ze op weg te helpen met hun carrière. Ik geef zelf wel eens aan bij de jongens: ‘wat voetballen betreft kunnen jullie zo meedoen met het eerste, maar er komt nog zoveel meer bij kijken.’ Dat hoop ik ze bij te brengen. Dat ze zich bewust zijn dat het niet zomaar komt aanwaaien en dat het veel meer is dan alleen een balletje trappen. Zoals de mentale en fysieke uitdagingen, de teleurstellingen en hoe je daar mee om gaat. Soms kan vijf procent mega veel verschil maken in je carrière en daar proberen mijn collega’s en ik hen samen bij te ondersteunen.”

 

Ronald de Boer

 

Is dat ook de reden dat je jeugdtrainer bent geworden, om de lessen die je hebt geleerd of juist hebt gemist door te geven?

“Ja eigenlijk wel. In mijn tijd als jeugdspeler heb ik natuurlijk veel geleerd over de profvoetbalwereld, maar er zijn ook veel adviezen die ik in die tijd gemist heb. Deze kennis probeer ik ook aan de jongens mee te geven. Een voorbeeld wat ik ze vertel is: ‘wees gedul- dig, de weg naar succes gaat niet in een lijn omhoog.’ Dat gaat met vallen en opstaan. Ga ook niet zoeken naar excuses als het niet wil lukken, want uiteindelijk ligt het altijd bij jezelf. Dat heb ik zeker geleerd. Ik heb vroeger ook mijn trainer, Leo Beenakker de schuld gegeven toen ik wegging bij Ajax. Als ik daar nu op terugkijk denk ik ook ‘ja ik had gewoon beter moeten zijn,’ dan konden ze niet om me heen. Op dat moment was ik dat niet. Vervolgens heb ik even een tussenweg gemaakt, daarna kwam ik weer bij Ajax terecht. Dat soort leermomenten neem je mee en geef je door aan de jongens.”

 

Daarnaast ben je ook nog werkzaam als voetbalanalist.

“Ja, ik vind het een heel leuk beroep. Ik probeer altijd zo objectief mogelijk te blijven, ook al ben ik Ajacied. Want daar ben ik natuurlijk opgegroeid. Ik ging als 14-jarige jongen elke dag op en neer naar Amsterdam. Alle mooie momenten die je maar kunt beleven, heb ik meegemaakt bij Ajax. Ik draag de club echt een warm hart toe, maar ik probeer dus ook objectief naar hen te kijken. Is het goed, is het goed en is het slecht, dan is het slecht. Zo probeer ik ook naar zowel de individuele- als de teamprestaties te kijken. Ik zal ook nooit iemand schofferen of iemand te beoordelen op de manier hoe hij eruitziet. Ik kijk echt naar het spel en de spelers zelf. De focus ligt op de ontwikkeling van de speler en wat hij brengt in het spel. Ik denk ook wel dat mijn manier van analyseren gewaardeerd wordt.”

 

Als je terugkijkt op je carrière, wat is dan je mooiste herinnering?

“Dat zijn er natuurlijk heel veel. Maar mijn mooiste moment was natuurlijk het winnen van de Champions League in 1995. Dat is het hoogst haalbare als teamspeler, vooral omdat je belangrijk bent geweest in het behalen van deze titel. Je bent dan wel één van de 12-13 spelers, maar je hebt wel echt een steentje bijgedragen. Dat voelt heel bevredigend. Maar ik heb nog veel meer hele bijzondere momenten bij Ajax meegemaakt, zoals op je 17de je debuut maken onder Johan Cruijff en dan ook nog eens scoren, zoals een spits natuurlijk hoort te doen. Samen met mijn broer ons debuut maken bij het Nederlands Elftal. Je kunt je wel voorstellen wat dat doe met je familie. Mijn ouders hebben natuurlijk veel opgeofferd om mijn broer en ik te helpen bij onze voetbalcarrières. Alle energie die ze daarin hebben gestoken; en dan allebei als profvoetballer het Nederlands Elftal halen. Dat zijn geweldige momenten!”

 

Ronald de Boer

 

Jij en je tweelingbroer Frank hebben bijna tegelijkertijd jullie debuut gemaakt en hebben samen in teams gespeeld. Was er geen rivaliteit tussen jullie?

“Jazeker, maar wel echt gezonde rivaliteit. We zijn altijd competitief geweest; we zijn nou eenmaal als broers samen opgegroeid. Dan wilde je toch altijd de beste zijn, of dit nou met vechten, tennissen of voetballen was. Dat heeft er wel echt voor gezorgd dat we elkaar naar een hoger niveau hebben getild. Dat heeft zeker bijgedragen aan wie we uiteindelijk geworden zijn. Vroeger moest je altijd naar vriendjes zoeken, maar ik had altijd mijn broer. Ik verveelde me echt nooit, want met zijn tweeën kun je al makkelijk een balletje trappen. En dat heeft ons ook zeker geholpen in onze carrière.”

 

Gaan jullie nu nog wel eens een balletje trappen?

“Heel soms met de oud internationals, oud-Ajax of oud-Barcelona. Nu spelen we veel samen Padel, de snelst groeiende sport. Ik ben zelf eigenaar van Plaza Padel in Amsterdam We hopen in het begin van februari een tweede vestiging in Sloterdijk te openen. Dat wordt wel echt de mooiste locatie in Amsterdam. Dus ja, we zien elkaar regelmatig en spreken elkaar zo’n 5-6 keer in de week.”

 

Wat doe je nu om in shape te blijven?

 

“Ik ben wel echt bezig met gezond en fit zijn. Ik ben heel bewust bezig met wat ik voor voeding binnenkrijg, daarom nam ik net bijvoorbeeld ook havermelk in plaats van gewone melk. Want ik merk dus dat ik minder last heb van mijn gewrichten, sinds ik gestopt ben met veel zuivel consumeren. Ik heb in het verleden al zeven operaties aan mijn linkerknie gehad, dus vandaar dat ik er ook zo bewust mee bezig ben. Ook eet ik bijna geen vlees meer, niet omdat ik het niet lekker vind, maar mijn lichaam veel beter reageert op minder vlees. Tuurlijk eet ik nog wel eens een lekker biefstukje als ik uit eten ga, maar thuis komt er geen vlees meer op tafel. Ik merk gewoon dat als je basis goed is, dan kun je echt nog wel een keertje chocolade eten. Daarnaast speel ik dus veel padel, sport ik twee keer in de week met een personal trainer bij 3SIXTY5, de gym van Guy, de man van Renee Vervoorn van PLTS. Zelf heb ik ook wel eens een les van PLTS gevolgd. Ik heb echt respect voor de dames die reformer pilates doen. Ik werd tijdens de sessie soms gewoon dizzy omdat ik dat rekken helemaal niet gewend ben. Dus deze combinatie van sporten en voeding zorgt ervoor dat ik goed in mijn vel zit.”

 

Ronald de Boer

 

Tekst: Jaël Niesink – Fotografie: Ashkan Mortezapour – Met dank aan: Oger